Praten met een brugklasser: Cheyenne

Tijdens de kleine pauze lees ik vast de vragenlijst van de volgende leerling door. Cheyenne heeft haar best gedaan het zo goed mogelijk in te vullen. Bij veel vragen waar je ja of nee moet aankruisen heeft ze ‘een beetje’ of ‘soms’ ernaast geschreven. Mijn blik valt op de vraag: ‘heb je jezelf wel eens expres verwond?’ Ook daar staat een ‘soms’ naast. Ik omcirkel het.

Kort nadat de bel is gegaan komt een tenger meisje met sluik donkerblond haar binnen. Haar stem is wat schuchter en zacht, maar ze praat wel gemakkelijk over zichzelf. Of eigenlijk praat ze vooral over haar vriendin. Met haar vriendin gaat het niet goed. “Ze is zwaar depressief”, zucht Cheyenne. “Ze heeft mij heel erg nodig”, voegt ze er serieus aan toe. Want bij haar thuis hebben ze geen aandacht voor haar. Haar ouders hebben steeds ruzie. Hun WhatsAppgesprekken duren soms tot diep in de nacht. Cheyenne laat discreet in het midden wie die vriendin is.

Ik zie haar ogen vochtig worden. Wat voelt dit meisje zich verantwoordelijk voor het welzijn van haar vriendin. Maar ze zijn dan ook al vanaf de eerste dag in deze klas bevriend. Al vier maanden dus. Cheyenne haalt diep adem. Ik zie dat ze aarzelt om verder te vertellen en wacht af. “Mijn vriendin is zichzelf gaan snijden”. Ze kijkt naar mij om te peilen hoe ik reageer. Omdat ik niet van mijn stoel val komt dan het hoge woord: “en ik ook”. Ze is vergeten dat ze het op papier al heeft opgebiecht. Als ik het vraag toont ze een paar minuscule krasjes op haar arm.

We praten over omgaan met emoties en wat dat snijden voor haar betekent. Ze lijkt vooral met haar vriendin mee te doen. Kopieergedrag. “Het voelt raar”, zegt ze schouderophalend. “Ik snap niet waarom Roos dat doet”. Ze verschiet van kleur nu ze de naam toch heeft laten vallen. “Wat vind je ervan om dit eens met je moeder te bespreken?” leg ik haar voor. Ze heeft verteld dat haar band met moeder heel goed is. Ze knikt aarzelend. We spreken af dat ze mij zal mailen als ze er met haar moeder over heeft gesproken. Daarna pas bel ik moeder. Over een poosje spreek ik Cheyenne weer.

Na twee dagen al krijg ik een mailtje van haar. “Hallo mevrouw, ik heb het me moeder vertelt. Ze reageerde normaal. Groetjes van Cheyenne.” Eronder staat een smiley.

Praten met een brugklasser
Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 8 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Vind je de informatie op deze pagina interessant?

Heb je een vraag aan ons? Geef dan je mailadres en/of telefoonnummer door zodat we met jou in contact kunnen komen.