Praten met een brugklasser: Niels

Met een zorgvuldig in de gel gezet kuifje boven zijn sproetige wangen komt Niels bijdehand op me over. Aan zijn ogen zie ik dat hij niet bang is om over zichzelf te gaan praten. Hij vindt deze persoonlijke aandacht wel prettig, lijkt het. En hij heeft zelf een agendapunt. Op de vragenlijst die de leerlingen van tevoren klassikaal invullen kunnen ze ook zelf hun vragen aangeven. Niels heeft daar geschreven: angsten.

Hij is bang. En dat kan hij niet uitstaan

Via het bespreken van school, gezondheid, hobby’s en thuissituatie komen we daar al snel. Alles loopt prima bij Niels, en daarom kan hij het niet uitstaan dat hij nog zo bang is. “Ik vind het vervelend om alleen naar boven te gaan. Ook overdag”. En dat is lastig, want zijn kamer is boven. Hij voelt zich er eigenlijk alleen prettig wanneer zijn broer ook boven is. En die knul van 15 houdt daar natuurlijk geen rekening mee. Verder heeft Niels moeite met spinnen, maar dat zit hem minder dwars.

Ik vertel Niels dat ik van veel meer kinderen hoor dat ze angsten hebben. Veel angsten zijn van voorbijgaande aard. “Noem eens iets waar je vroeger bang voor was en nu niet meer”, zeg ik dan om het te bewijzen. Steevast worden dan weerwolven genoemd, geesten, het donker, monsters… Een kind met een grote fantasie heeft soms niet veel nodig om van lekker griezelen over te stappen naar een lastige angst. Vaak gaan die vanzelf weer voorbij. Maar met sommige games, films  en YouTube filmpjes blijven die angsten gevoed worden. Kinderen zien soms beelden die ze niet kunnen verwerken.

Niels weet zelf niet goed waar de angst vandaan komt bij hem. Hij heeft gelukkig geen enkele traumatische ervaring. Wel heeft hij met zijn broer bij zijn oudere neef horrorfilms gezien voor 16+. Daar heeft hij een tijdlang heel slecht van geslapen. “Ik wil ook echt geen horrorfilms meer zien hoor, niks voor mij”, zegt Niels overtuigend. Ik vertel hem hoe hij zelf kan checken voor welke leeftijd films en games gekeurd zijn. En of die leeftijdskeuring bijvoorbeeld te maken heeft met het enge, of met het ingewikkelde van een film. Veel kinderen (en ouders!) weten dat niet. Dan hebben ze een film voor 16+ gezien die ze weliswaar niet begrepen, maar eng was het zeker niet. Om zich vervolgens een volgende keer rot te schrikken als de 16+ film wél eng is. Zet dan die beelden maar eens uit je hoofd.

Over Niels ben ik niet zo bezorgd; bij hem zal het wel slijten. Ik wijs hem nog op een paar goede websites over angsten. Maar hoeveel jonge kinderen hebben eigenlijk posttraumatische stress, opgedaan via beelden die ze niet hadden moeten zien? Ik ben ook bang. Dat we met z’n allen geen idee meer hebben wat kinderen allemaal te zien krijgen tegenwoordig.

Praten met een brugklasser

Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 8 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Eerder gepubliceerde blogs

Vind je de informatie op deze pagina interessant?

Heb je een vraag aan ons? Geef dan je mailadres en/of telefoonnummer door zodat we met jou in contact kunnen komen.