Praten met een brugklasser: Sam

Een van de zonnetjes van de klas.. Gewoon om hoe hij uit zijn ogen kijkt: leuk koppie, altijd een sympathieke lach. De mentor had geen zorgen genoemd; het gaat prima op school. In zijn dossier staat weinig informatie. Als ik zijn vragenlijst nog even inkijk, zie ik dat bij gezinsomstandigheden een kruisje staat. Ja, er zijn bijzonderheden. Hij heeft alleen niet opgeschreven wat die dan zijn.

Sam lijkt zich in de wereld van pubers en volwassenen thuis te voelen

Met een warme glimlach komt Sam binnen. Heel open en innemend gaat hij het gesprek aan. Hij is een van de weinigen die zelf het gesprek opent: “Hoe gaat het met u, mevrouw?” Sommige kinderen praten heel gemakkelijk en naturel met me. Anderen zitten krampachtig en ongemakkelijk op hun stoel te schuiven. Een wereld van verschil. Sam lijkt zich in de wereld van de pubers én in die van de volwassenen thuis te voelen. Hij communiceert ontspannen. Des te groter is het contrast met wat hij vertelt.

Deze jongen heeft het helemaal niet zo gemakkelijk. Zijn moeder heeft een ernstige vorm van reuma. Ze kan niet veel meer met haar handen. Sam moet thuis heel wat doen: koken, de was en soms de boodschappen. Zijn moeder besteedt veel energie aan zijn oudere broer. Ze hebben vaak ruzie, die twee. Van zijn vader weet hij niet veel. Hij ziet hem hooguit een keer per jaar. Hij is weggegaan toen moeder ziek werd, zeven jaar geleden. “Hij had het er vast erg moeilijk mee”, zegt Sam er begrijpend over. Het afgelopen jaar zijn ze naar een klein flatje verhuisd vanwege financiële problemen. Sam heeft een folderwijkje. “Dan kan ik mijn telefoon betalen”, zegt hij met een lach.

Klagen doet hij niet. Maar hij maak het ook niet kleiner dan het is

Sam vindt het best prettig om eens te vertellen hoe zijn leven eruit ziet. Hij weet heel goed dat de meeste van zijn klasgenoten van een gouden lepeltje eten vergeleken met hem. Hij beklaagt zich niet. Ook bagatelliseert hij het allemaal niet. Hij neemt het leven zoals het komt, en maakt er het beste van. Ook al praat hij gemakkelijk, meer behoefte aan heel af en toe een gesprek met mij heeft hij niet.

In de pauze mijmer ik na over het verschil in draaglast en draagkracht tussen kinderen. Deze jongen heeft zijn karakter mee in elk geval. En deze twaalfjarige is zelfstandiger dan menige knul van 18. Als ik naar de koffieautomaat loop zie ik hem zitten in de hal. Al etend hangt hij boven een telefoon met nog drie jongens, onbedaarlijk lachend om een of ander filmpje. Gelukkig is hij ook gewoon puber.

Praten met een brugklasser

Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 8 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Eerder gepubliceerde blogs

Vind je de informatie op deze pagina interessant?

Heb je een vraag aan ons? Geef dan je mailadres en/of telefoonnummer door zodat we met jou in contact kunnen komen.