Vragen over opgroeien en opvoeden? Vind de antwoorden bij jouw CJG Vind mijn CJG Sluiten

Praten met een brugklasser: Lars

Tegenover me zit een jong ogende knul met rode sproetige wangen en een vriendelijke blik. Hij is niet verlegen en lijkt wel in voor een gesprek over zijn persoontje. De mentor heeft me bij het voor bespreken van de klas verteld dat hij stil is maar ‘goed in de groep ligt’. Gelukkig maar, want in zijn dossier zie ik dat bij het groep 7 onderzoek destijds besproken is dat hij gepest werd. Ik ben benieuwd hoe het sindsdien is gegaan.

De eerste paar maanden moest hij erg wennen

Lars vertelt opgewekt dat het best goed gaat met hem. Hij vindt dit een leuke school. Het is er gezellig, de sfeer is goed. Hij heeft nieuwe vrienden gevonden. Zijn cijfers zijn redelijk. Nou ja, het gaat wel. Drie onvoldoendes. ‘Het kan beter als ik meer mijn best doe’. Lars vertelt dat hij erg moest wennen de eerste paar maanden aan het huiswerk en al die vakken. Hij maakte een slechte start omdat het met plannen van zijn schoolwerk niet goed ging. Nu doet hij dat samen met zijn moeder en gaat het beter.

Hij heeft vaak buikpijn

‘En ik was een paar keer ziek’, vult hij aan. ‘Ik heb veel gemist in het begin’. Zoals iedereen loopt Lars wel eens tegen een virus aan. Maar daarnaast heeft hij ook vaak buikpijn. Hoewel: de laatste tijd wat minder. Buikpijn is een veel gehoorde, vage klacht. Hij is er al eens voor naar de huisarts geweest, maar ‘die wist niet wat het was’.  Ik vraag voeding, vochtgebruik en stoelgang na. Bij Lars lijkt dat in orde, de schijf van 5 gaat er prima in en uit. Hij korfbalt twee keer per week, slaapt goed. Lars  haalt zijn schouders op. ‘Soms wordt buikpijn veroorzaakt door spanning of stress.’ zeg ik. “Je hoofd en je lijf werken nauw samen. Maak je je ergens druk over?

‘Ik ben vroeger wel een beetje gepest’, zegt hij

Lars’ blik betrekt een beetje. Hij is even stil. ‘Nou ja, ik ben vroeger wel een beetje gepest. En toen ik hier net kwam was ik wel bang dat het weer zou gebeuren. En soms ben ik dat nog steeds wel’. Hij vertelt dat hij ‘een soort cursus’ heeft gehad waar hij heeft geleerd beter voor zichzelf op te komen. Dat hielp wel. Gelukkig zijn de pesters van de basisschool naar een andere school gegaan. Deze klas is erg leuk. Dat helpt ook. Maar het heeft wel een tijd geduurd voordat Lars erop durfde te vertrouwen dat het hier echt oké is. En hij reageert soms overgevoelig op plagerijen. Dat lijkt soms op pesten. Daar wordt hij wantrouwig van. Zijn ogen worden rood en vochtig. Hij denkt na. ‘Misschien komt die buikpijn daar wel door.’

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard

“Wat zou je doen als het hier toch zou gebeuren?” peil ik voorzichtig. Zonder aarzelen zegt Lars dat hij het zijn mentor en ouders zou vertellen. Hij vindt het goed als ik dit met hen bespreek. En verzekert me dat hij buikpijn altijd thuis meldt. We praten nog wat na, en ik leer hem voor hij naar zijn les teruggaat nog een spreekwoord: Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

Praten met een brugklasser

Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 9 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Eerder gepubliceerde blogs

Vind je de informatie op deze pagina interessant?

Heb je een vraag aan ons? Geef dan je mailadres en/of telefoonnummer door zodat we met jou in contact kunnen komen.