Er zijn veel mooie voorbeelden waaruit blijkt hoe belangrijk onze samenwerking is als zorgverleners. Maar vooral als de gezondheid van een kind acuut in gevaar is, merken we hoe fijn het is om goede afspraken met elkaar te hebben. Jeugdverpleegkundige en aandachtsfunctionaris kindermishandeling Dionne van der Meer deelt een casus uit de praktijk.
‘In Krimpen aan den IJssel komen we elke maand met verschillende partners samen om casussen te bespreken in een huiselijk geweld overleg of HG-overleg’, begint Dionne. ‘Vaak is dat anoniem, afhankelijk van of we toestemming hebben van de mensen om wie het gaat. Maar het is wel heel fijn om in elk geval met elkaar te sparren: hoe zien jullie dit? Bij het overleg zijn standaard mensen aanwezig van het wijkteam, de politie, Augeo en Veilig Thuis, maar soms sluiten er ook andere partners aan. Maar net wie er op dat moment bij een gezin betrokken is of iets zou kunnen betekenen. In een casus die mijn collega vorig jaar inbracht, was er bijvoorbeeld ook overleg met kinderartsen en het Leger des Heils.’
In de casus waar Dionne aan refereert, heeft haar collega gehandeld volgens de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. ‘Zelf praten we liever over een stappenplan, want dat is het natuurlijk ook’, verduidelijkt ze. ‘Als wij een vermoeden hebben van verwaarlozing of huiselijk geweld waar kinderen bij betrokken zijn, voeren we de stappen uit die de code voorschrijft. Maar dat doen we echt niet zomaar. In dit geval was er sprake van een moeder die, ondanks de medische aandoening van haar baby, niet langskwam bij onze afspraken. Van het ziekenhuis kregen we tegelijkertijd de vraag: zien jullie ze wel? Daar kwamen ze dus ook niet. Mijn collega heeft verschillende keren aan de deur gestaan met een weegschaal om het kind in elk geval te wegen, maar we zagen ze echt te weinig. In zo’n geval moet je gaan uitleggen: we maken ons zo veel zorgen om jullie, dat we nu advies gaan inwinnen bij Veilig Thuis.’
Dionnes collega bracht de casus in bij het HG-overleg. Toen bleek dat er nog meer aan de hand was in het gezin. ‘Mijn collega had bij huisbezoeken voor en vlak na de geboorte inderdaad ook al gemerkt dat het wel erg onrustig was thuis. We hebben toen met elkaar besloten dat het wijkteam de beste partner was voor verdere ondersteuning. Was de situatie rustiger geweest, dan had bijvoorbeeld Stevig Ouderschap een goed middel geweest. Maar juist als er meer aan de hand is in een gezin, doen wij een stap terug. Ook dat is ook goede samenwerking: niet in elkaars vaarwater gaan zitten. Dat is efficiënter, duidelijker en ook veel fijner naar ouders toe.’
Omdat afspraken maken en nakomen een uitdaging is voor de moeder uit de casus, zorgt het wijkteam er nu voor dat ze netjes op tijd met haar kind bij het CJG en in het ziekenhuis verschijnt voor controles. ‘Zo kunnen we de gezondheid van het kind goed monitoren. Ik ben blij om te melden dat de baby in elk geval groeit. Mocht er straks iets veranderen in de situatie en is intensieve begeleiding door het wijkteam niet meer nodig, dan gaan we samen op zoek naar een andere oplossing. Dat is het mooie van het contact: we blijven met elkaar in gesprek over wat nodig is.’



