

Als je zwanger bent, kijk je uit naar de komst van je kind. Als je dan een miskraam krijgt, kan dat heel verdrietig zijn. Wat gebeurt er als je een miskraam krijgt en hoe ga je om met je emoties?
Als er iets mis is met het vruchtje, bijvoorbeeld als het niet meer leeft, stoot je lichaam het af. Als dit gebeurt voor de zestiende week van de zwangerschap wordt het een miskraam genoemd. De kans op een miskraam is het grootst in de eerste twaalf weken.
Na de zestiende week is de kans dat het misgaat veel kleiner. Als het dan toch nog misgaat, wordt dit een doodgeboorte genoemd.
De voortekenen van een miskraam kunnen per vrouw verschillen. Je kunt zeurende pijn krijgen of wat bloed verliezen. Dit hoeft niet te betekenen dat je een miskraam krijgt. Deze klachten kun je ook krijgen als de zwangerschap goed verloopt.
Soms heb je geen klachten en krijg je toch een miskraam.
Neem bij bloedverlies direct contact op met je verloskundige of arts. Zij zal met je bespreken wat er kan gebeuren, je informatie geven en begeleiden waar nodig en mogelijk.
Je kunt proberen het vruchtje op te vangen. Dit kan helpen bij het afscheid en de verwerking van het verlies. Een arts kan controleren of alles uitgestoten is.
Wanneer dit niet zo is, heb je misschien nog een curettage nodig.
Dat is een operatie waarbij je baarmoeder wordt 'schoongemaakt'. Dit gebeurt onder narcose of onder verdoving met een ruggenprik.
Soms ontdekt de verloskundige of arts al voor een miskraam dat er iets mis is met het vruchtje. Bijvoorbeeld als het hartje niet meer klopt.
Het advies is dan meestal om te wachten op de natuurlijke miskraam. Omdat dit de natuurlijke weg is, is het soms ook iets makkelijker om te verwerken. Het ging tenslotte niet goed met het vruchtje en het lichaam heeft het zelf afgestoten.
Als de miskraam niet vanzelf komt, bespreek je met de verloskundige of de arts wat je kunt en wilt doen: afwachten, medicijnen gebruiken of het vruchtje laten weghalen.
Je kunt voor het maken van een keuze ook gebruikmaken van de keuzehulp Kiezen bij een miskraam.
De reden van een of meer miskramen is helaas vaak niet duidelijk. Heb je twee of meer miskramen gehad? Ga dan naar je huisarts.
Vaak wordt de oorzaak niet duidelijk. Soms is de oorzaak een afwijking in jouw of je partners chromosomen, een afwijking in je bloedstolling of een afwijking aan de vorm van de baarmoeder.
Wordt een van deze risico’s gevonden? Dan kun je een verwijzing krijgen voor verder onderzoek.
Meer informatie over herhaalde miskramen vind je op ZwangerWijzer.
Bij een op de honderd zwangerschappen ontstaat een zwangerschap buiten de baarmoeder. Dan is de bevruchte eicel niet in de baarmoeder terecht gekomen, maar blijven steken in de eileider.
Dit vruchtje kan niet uitgroeien tot een baby en kan ook niet verplaatst worden naar de baarmoeder. Je krijgt bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap altijd een verwijzing naar de gynaecoloog.
Lees meer over een zwangerschap buiten de baarmoeder op thuisarts.nl.
Een miskraam maakt plotseling een einde aan al je plannen en fantasieën voor de toekomst. Ook vraag je je misschien af waarom het mis ging.
Het kan een troost zijn om te weten dat de zwangerschap meestal vanaf het begin al niet in orde was. Dat de miskraam dus een natuurlijk en logisch gevolg kan zijn geweest.
Misschien denk je toch dat je iets had kunnen doen of laten om de miskraam te voorkomen. Hoe begrijpelijk ook, zulke schuldgevoelens zijn niet terecht.
De volgende tips kunnen helpen:
Het is moeilijk te zeggen hoe lang het verdriet kan duren. Iedereen beleeft het anders. Gun jezelf wat jij nodig hebt.
Merk je dat je energie niet terugkomt? Of dat je maar blijft piekeren? Zoek dan hulp.
Deze informatie is afkomstig uit de Groeigids.