

Veel jonge kinderen praten nog niet vloeiend. Ze stotteren, slissen of durven niet te praten in sommige situaties. Vaak gaat het gewoon weer over, maar soms is het goed om hulp te zoeken.
Praten lijkt zo gemakkelijk. Maar je gebruikt er wel honderd spieren bij! Bovendien moet je bedenken wat je wilt zeggen en hoe de zin moet worden. Daarna moet er een seintje van de hersenen naar de spraakspieren gaan. Jonge kinderen moeten dat allemaal leren. Je kleuter kan bijvoorbeeld nog niet alle woorden kennen, die nodig zijn om te zeggen wat hij of zij wil. Om de zin op te vullen kan je kind dan woorden of woorddelen herhalen. Dit is normaal. Bij de meeste kinderen gaat dit haperen en herhalen vanzelf over.
Misschien reageren mensen op de manier waarop je kind praat. Dan wordt je kind zich bewust van het haperen of herhalen. Die reacties van bezorgdheid of ongeduld en het verbeteren door anderen, kunnen ervoor zorgen dat je kind gaat vechten tegen het stotteren. Sommige kinderen stellen ook hoge eisen aan zichzelf en vinden het haperen heel vervelend. Je kind doet zijn best het haperen en herhalen uit de weg te gaan. Dat merk je dan bijvoorbeeld aan het verlengen van klanken, hoger gaan praten, op slot gaan, bewegingen (bijv. knipperen met de ogen) of wegkijken. Je kind kan zich ook bang gaan voelen of zich gaan schamen of boos worden. Je kind kan 'moeilijke' woorden gaan ontlopen of snel iets anders verzinnen. Het kan gebeuren dat je kind situaties waar hij of zij 'moet' praten uit de weg gaat; je kind wil bijvoorbeeld niet meer ergens op bezoek.
Als je kind stottert, probeer hem of haar dan rustig te laten uitpraten. Geef géén tips als: 'praat eens rustig, haal eens adem, begin eens opnieuw'. Hierdoor krijgt je kind misschien het idee dat hij of zij iets niet goed doet. Dat is niet de bedoeling. Jouw kind mag gewoon lekker praten, ook al is dat met stotteren! Andere tips:
Als je je zorgen maakt over het stotteren van je kind kun je de SLS (ScreeningsLijst Stotteren) invullen. Die vind je op Stotteren.nl. Behaal je meer dan 11 punten? Dan is het goed om te overleggen met de jeugdgezondheidszorg, je huisarts of een logopedist.
Is je kind ouder dan 7 jaar en stottert hij of zij (nog steeds)? Overleg dan altijd met de jeugdgezondheidszorg, je huisarts of neem contact op met een logopedist of stottertherapeut.
Een logopedist is opgeleid om stotteren te begeleiden. De logopedist bekijkt het stotteren van je kind. Herhaalt je kind woorden? Maakt het klanken langer? Of zit je kind vast? Ook kijkt de logopedist hoe erg het stotteren is en wat je kind voelt bij het stotteren.
De logopedist geeft je kind tips om met het stotteren om te gaan. De logopedist leert je kind ook hoe hij of zij om kan gaan met vervelende opmerkingen van andere kinderen. En met spannende situaties, zoals een spreekbeurt.
De logopedist kan ook hulp inschakelen van een stottertherapeut. Meer informatie over stotteren lees je op Logopedie.nl
Slissen of lispelen ontstaat meestal als kinderen leren praten, maar kan op alle leeftijden voorkomen. Slissen kan komen door te slappe tongspieren, te weinig macht over de tong of het verkeerd aanleren van de s.
Gevolgen van slissen:
Met oefeningen kunnen kinderen de spieren in de mond versterken en leren ze de tong op de goede manier gebruiken. Eerst leren kinderen alleen de s goed uit te spreken, daarna oefenen ze de s in lettergrepen, woorden en zinnen. Voor deze oefeningen kun je terecht bij een logopedist.
Op logopedie.nl lees je meer over slissen en lispelen.
Er zijn kinderen die niet ophouden met praten en kinderen die stiller zijn. De meeste kinderen zijn wel eens verlegen. In een onbekende situatie kruipt je kind misschien achter je weg. Soms is er iets anders aan de hand, je kind kan bang zijn. Soms voelt een kind zich niet veilig genoeg om zijn of haar stem te laten horen. Er kan dan sprake zijn van selectief mutisme.
Kinderen met selectief mutisme kunnen wel praten en willen dat ook. Het lijkt erop dat ze dichtklappen in bepaalde situaties of bij onbekenden. Het voelt dan niet veilig voor hen. Zelfs tegen jou kan je kind opeens niets meer zeggen zodra jullie bijvoorbeeld het schoolplein oplopen. Als je kind van jongs af aan gewend was naar de kinderopvang te gaan, heeft hij of zij daar waarschijnlijk ook gewoon leren praten. Als je kind naar de basisschool gaat, is dat een nieuwe situatie. Het kan zijn dat je nu voor het eerst merkt dat je kind soms niet praat. Vriendjes, met wie je kind thuis speelt en praat, krijgen in de klas of op de sportvereniging misschien geen antwoord. Bij selectief mutisme gaat het niet durven praten niet vanzelf over.
Kinderen met selectief mutisme zijn vaak ook erg perfectionistisch. Ze willen iets vaak pas doen als ze zeker weten dat ze het goed zullen doen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan leren fietsen of zwemmen. Als je dit weet, maak je je misschien minder zorgen over de ontwikkeling van je kind.
Het is belangrijk dat je je kind niet probeert te dwingen om te praten. Misschien wil je je kind een beloning beloven als hij of zij bijvoorbeeld de juf gedag zegt. Dat werkt niet. Het kan de angst om te praten zelfs erger maken. Vertel je kind dat je trots op hem of haar bent. En dat jullie samen gaan proberen om het praten makkelijker te maken. Breng leerkrachten en andere volwassenen, met wie je kind dagelijks te maken heeft, op de hoogte van het probleem. Zo kunnen zij er op dezelfde manier mee omgaan.
Zo kun je proberen om je kind te helpen:
Als het praten een probleem blijft, neem dan contact op met de Jeugdgezondheidszorg of de huisarts. Zij kunnen je helpen bij het vinden van de juiste hulp. Hoe eerder kinderen met selectief mutisme behandeld worden, hoe groter de kans op succes.
Wil je meer weten? Kijk dan eens op Spreektvoorzich.nl. Wil je de leerkracht van je kind meer informatie over selectief mutisme geven, wijs hem of haar dan ook op deze website.
Deze informatie is afkomstig uit de Groeigids.