Fijne motoriek betekent hoe een kind kleine bewegingen maakt. Hoe ontwikkelt de fijne motoriek zich bij een kind? En hoe help je je kind om kleine bewegingen beter te maken?
Fijne motoriek gaat over kleine bewegingen, bijvoorbeeld van handen en vingers. Je kind oefent dit door te knutselen, met bestek eten, veters strikken, een instrument bespelen, tekenen en schrijven.
Op de basisschool worden de fijne bewegingen van je kind steeds beter. Ook thuis kun je oefenen om de fijne motoriek beter te maken.
Een kleuter kan zich vaak al goed aankleden. Je kind maakt knopen los en vast, maar doet soms nog een verkeerde knoop in het knoopsgat.
In groep 2 kunnen kleuters veters leren strikken. Vaak leert een kind het pas later, omdat veel kinderschoenen geen veters hebben, maar klittenband. Later op de basisschool wordt je kind steeds handiger.
Kleuters gaan nadenken over wat ze willen tekenen. Krabbels en rondjes worden nu herkenbare figuren. Dat ontwikkelt zich op de basisschool steeds meer:
Een kind van 4 kan meestal al een beetje knippen. Je kleuter gaat precies knippen, bijvoorbeeld langs een lijn. Ook leert je kind makkelijke vormen knippen, zoals een rondje.
Later op de basisschool kan je kind steeds preciezer knippen.
Rond 5 of 6 jaar houdt je kind het potlood of de pen goed vast, tussen duim en wijsvinger. Op die leeftijd beginnen kinderen ook letters te tekenen. En soms de eigen voornaam en andere woorden te schrijven. De letters zijn dan nog erg groot en vaak omgedraaid.
Vanaf groep drie leert je kind schrijven. Je ziet dan dat het steeds beter gaat. Met verschillende soorten letters, steeds kleinere letters en op een lijn.
Je kunt je kind wat ‘handiger’ maken door met hem of haar te spelen. Dit zijn spelletjes en activiteiten om de fijne motoriek te oefenen:
Begin met activiteiten die je kind al een beetje kan. Kies activiteiten die je kind leuk vindt en doe ze samen. Dat is gezellig en je kind kan dan zien hoe iets moet.
Als je kind eraan toe is, kies je wat moeilijkere activiteiten. Laat je kind bijvoorbeeld eerst spelen met grotere insteekmozaïeken en daarna pas met ministeck of strijkkralen.
Geef veel complimenten. Reageer niet boos of geïrriteerd als iets nog niet zo goed lukt. Herhaal vaak. Zo kan je kind het spel of de activiteit steeds beter.
Lees ook de tips om de grove motoriek te verbeteren.Deze informatie is afkomstig uit de Groeigids.



