Het is belangrijk om te weten of jouw kind goed kan zien. Daarom krijgt je kind twee keer een oogtest bij de jeugdgezondheidszorg. Hoe gaat zo’n oogtest?
Als je kind tussen 3,5 en 4 jaar is, is het eerste standaard oogonderzoek. Dit noemen ze ook wel de visusmeting of het visusonderzoek. Ze onderzoeken hoe scherp je kind kan zien.
Er wordt een grote kaart gebruikt met E-vormen waar de pootjes een bepaalde kant op wijzen (de E-Haken kaart). Je kind moet aangeven welke kant de pootjes van de E heen wijzen.
Heeft je kind geen zin om mee te doen aan de test? Dat is niet erg. Na een tijdje tijd kan er weer een oogtest gedaan worden.
De E-haken (en het brilletje):
Soms adviseert de jeugdarts om de oogtest al bij een kind van 3 jaar te doen. Dan gebruiken ze een grote kaart met LEA symbolen.
Deze symbolen staan op de LEA-oogtestkaart (Bron: GGD IJsselland):
Ook als je kind de test met de E-haken lastig vindt, kan de jeugdarts de LEA symbolenkaart gebruiken.
Als je kind tussen 4,5 en 5,5 jaar is, krijgt het de tweede oogtest. Die gaat net zo als de eerste.
Na deze leeftijd krijgen kinderen niet meer standaard een oogtest.
Denk je dat je kind niet goed ziet? Dan kun je bij de jeugdgezondheidszorg of de huisarts vragen om een oogtest.
Hoe kun je merken dat je kind niet goed ziet?Deze informatie is afkomstig uit de Groeigids.



