
Veel kinderen stotteren een tijdje. Meestal gaat het vanzelf over. Wat kun je als ouder doen als je je toch zorgen maakt?
Veel kinderen tussen de 2 en 5 jaar stotteren. Ze hakkelen en komen niet goed uit hun woorden. Ze herhalen woorden of delen van de zin, maken klanken langer of blijven hangen op klanken.
Bij de meeste kinderen gaat dit vanzelf over.
Sommige kinderen blijven stotteren.
Praten lijkt zo gemakkelijk. Maar je gebruikt er wel honderd spieren bij. Ook moet je als je praat bedenken wat je wilt zeggen. En hoe de zin moet worden. Daarna moet er een seintje van de hersenen naar de spraakspieren gaan.
Jonge kinderen moeten dat allemaal leren. Je kind kan bijvoorbeeld niet op een woord komen. Een peuter of kleuter kent nog niet alle woorden die nodig zijn om te zeggen wat hij of zij wil. Om de zin op te vullen kan je kind dan woorden of delen van woorden herhalen. Dit is normaal.
Als mensen reageren op de manier waarop je kind praat, merkt je kind dat het anders praat. Doordat mensen bezorgd of ongeduldig reageren, of je kind verbeteren, gaat je kind soms vechten tegen het stotteren.
Misschien wil je kind het dan te graag goed gaan doen. Hij of zij probeert dan om het haperen en herhalen uit de weg te gaan. Dat merk je aan bijvoorbeeld klanken die langer worden, hoger praten, vastlopen, knipperen met de ogen of wegkijken.
Je kind kan ook angstig worden, zich gaan schamen of boos worden. Je kind kan ‘moeilijke’ woorden gaan ontlopen of snel iets anders verzinnen. Het kan zijn dat je kind bepaalde situaties waar het moet praten uit de weg gaat; je kind wil bijvoorbeeld ergens niet meer op bezoek.
Stottert je kind, probeer hem of haar rustig te laten uitpraten. Zeg niet: ‘praat rustig, haal adem, begin opnieuw’. Hierdoor krijgt je kind misschien het idee dat hij of zij iets niet goed doet. Dat is niet de bedoeling. Je kind mag gewoon praten, ook al is dat met stotteren.
Andere tips:
Als je je zorgen maakt, kun je de ScreeningsLijst Stotteren invullen op Stotteren.nl. Heb je meer dan 11 punten? Overleg dan met de Jeugdgezondheidszorg, je huisarts of een logopedist.
Is je kind ouder dan 7 jaar en stottert hij of zij? Overleg dan altijd met de Jeugdgezondheidszorg, je huisarts of neem contact op met een logopedist of stottertherapeut.
Een logopedist is opgeleid om mensen die stotteren te begeleiden. De logopedist bekijkt eerst wat je kind precies doet. Herhaalt je kind woorden? Maakt het klanken langer? Of zit je kind vast? Ook kijkt de logopedist hoe erg het stotteren is en wat je kind voelt bij het stotteren.
De logopedist kan ervoor kiezen om hulp te vragen van een stottertherapeut. Een stottertherapeut heeft zich hierin gespecialiseerd.
De logopedist en stottertherapeut leggen uit waardoor stotteren ontstaat. Ook krijg je tips hoe je het beste met het stotteren om kan gaan.
Is je kind wat ouder? Dan kunnen ze je kind ook leren hoe het om kan gaan met vervelende opmerkingen van andere kinderen. En met spannende situaties, zoals een spreekbeurt.
Meer informatie over stotteren lees je op Logopedie.nl.
Heeft jouw kind andere problemen met praten?
Lees wat je kunt doen als je kind slist.
Lees wat je kunt doen als je kind niet durft te praten en wat selectief mutisme is.
Deze informatie is afkomstig uit de Groeigids.


