Ga naar de hoofdinhoud
Nieuws
Professionals

Cijfers over borstvoeding op een rij

Borstvoeding geven heeft veel voordelen ten opzichte van kunstvoeding. Het is goedkoop, gezond en duurzaam. Maar boven alles, zorgt het ervoor dat kinderen een goede start hebben in de eerste 1.000 dagen. Dus hoeveel moeders geven eigenlijk borstvoeding? CJG-onderzoeker Ivanka van Delft bracht het in beeld per gemeente.

Vrouw die borstvoeding geeft aan baby

Content

‘CJG Rijnmond zit in een unieke positie’, begint Ivanka. ‘Het is best bijzonder dat we van bijna alle moeders in de regio weten of ze borstvoeding geven. Dat is vooral interessant omdat borstvoeding zo veel gezondheidsvoordelen heeft. Als je weet hoeveel moeders in jouw gemeente borstvoeding geven ten opzichte van het gemiddelde, kun je gaan kijken hoe dat komt. Gaat het goed, dan kun je kijken wat de succesfactoren zijn en die met anderen delen. Gaat het minder, dan zet het aan tot nadenken: wat kunnen we doen om moeders te ondersteunen?’

Grote verschillen per gemeente

Het afgelopen jaar bracht Ivanka in kaart hoeveel moeders bij het geboorteconsult borstvoeding gaven, en hoeveel dat er waren bij het 5 maanden consult. ‘Die gegevens haalde ik uit ons kinddossier en zette ik per gemeente op een rij voor de jaren 2020 tot en met 2024', vertelt ze. ‘Daarbij viel op dat er per gemeente best grote verschillen zijn. In 2024 varieerde het percentage moeders die uitsluitend borstvoeding gaven bij het geboorteconsult van 47% tot 63%. En bij het 5 maanden consult van 14% tot 24%.’  

Waarom stoppen moeders met borstvoeding geven?

De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert baby’s de eerste 6 maanden uitsluitend borstvoeding te geven. Landelijk is onderzocht waarom moeders toch eerder stopten. Ivanka: ‘De voornaamste reden was dat de borstvoeding niet goed op gang kwam of dat het niet lukte de baby goed aan te leggen. In die gevallen kan het helpen als moeders begeleiding krijgen. Omdat een lactatiekundige niet voor iedereen toegankelijk is, kan borstvoedingssupport daarbij uitkomst bieden.’  

Met begeleiding lukt het wél

Dat beaamt jeugdverpleegkundige borstvoedingssupport Roelien de Haas. ‘Wat opvalt, is dat moeders met onze hulp langer doorgaan met borstvoeding geven. Omdat we al helemaal aan het begin intensief kunnen helpen bij problemen met aanleggen, stoppen moeders bijvoorbeeld minder vaak door pijnklachten. En als er te veel of te weinig melk is, gaan we met elkaar op zoek naar de juiste balans. Ook dat zorgt ervoor dat moeders minder vaak voortijdig stoppen. Verder zien we dat moeders langer borstvoeding blijven geven in combinatie met flesvoeding, bijvoorbeeld alleen ’s morgens en ‘s avonds. Als ze toch eerder stoppen, is dat bijvoorbeeld omdat kolven op het werk te lastig is vanwege hun beroep.’

Gespreksstof voor de coalities Kansrijke Start

Het onderzoek leverde verschillende factsheets op per gemeente. Ivanka: ‘Op verzoek presenteren we deze uitgebreid aan de gemeenten, maar we willen ze ook delen en bespreken met de lokale coalities Kansrijke Start. Zo kunnen professionals samen kijken: kunnen en willen we iets met deze cijfers? Geeft het bijvoorbeeld aanleiding tot meer samenwerking?’ Roelien vult aan: ‘De verloskundigenpraktijken weten ons al goed te vinden. Het zou fijn zijn als de samenwerking met kraamzorgorganisaties ook verbetert, zodat we in de kraamtijd al kunnen aansluiten met borstvoedingssupport of ondersteuning van de lactatiekundige.’ 

Factsheets: alle cijfers over borstvoeding overzichtelijk bij elkaar

Hieronder vind je een overzicht van de factsheets per gemeente: