
Motoriek betekent hoe je je lichaam gebruikt en beweegt. Hoe ontwikkelt de motoriek zich bij een schoolkind? Hoe help je je kind met handig en goed leren bewegen?
Grove motoriek zijn de grote bewegingen die je met je lichaam kunt maken. Bijvoorbeeld rennen, springen, klimmen, fietsen of een bal gooien. Voor dit soort bewegingen gebruik je je armen, benen en romp.
Fijne motoriek gaat over kleine bewegingen, bijvoorbeeld met de handen en vingers. Je kind oefent dat door bijvoorbeeld knutselen, met bestek eten, veters strikken, een instrument bespelen, tekenen en schrijven.
De motoriek van je kind blijft zich ontwikkelen. Kinderen leren steeds beter bewegen:
Het tempo waarin kinderen leren bewegen is voor ieder kind anders. Sommige kinderen zijn sneller en handiger dan anderen.
Beweegt je kind niet soepel? Dat kan lastig zijn. Je kind kan dan bijvoorbeeld moeite hebben met fietsen, gym, zwemmen, hardlopen, klimmen, voetbal en andere balspelletjes.
Kinderen die iets moeilijk vinden, vinden dat meestal ook niet leuk om te doen. Ze oefenen dan ook minder.
Bijvoorbeeld: een kind dat moeite heeft met leren fietsen, vindt fietsen niet leuk. Het gaat proberen te voorkomen dat hij of zij moet fietsen. Zo oefent het kind niet en duurt het nog langer voordat je kind het leert. Als leeftijdsgenoten al wel kunnen fietsen en jouw kind nog niet, kan je kind ook minder zelfvertrouwen krijgen.
Heeft je kind moeite met de fijne motoriek? Dat kan ook lastig zijn. Kleine bewegingen gebruik je bij van alles. Bijvoorbeeld bij tekenen, kleuren, schrijven, knutselen, aan- en uitkleden, met mes en vork eten, tandenpoetsen en het spelen met kleinere materialen zoals lego of strijkkralen.
Je kunt je kind wat 'handiger' maken door met hem of haar te spelen.
Spelletjes en activiteiten voor de grove motoriek:
Begin met activiteiten die je kind al redelijk goed kan en die je kind leuk vindt. Doe ze samen. Dat is gezellig, en je kind kan zien hoe jij het doet.
Als je kind eraan toe is, kies je activiteiten die wat moeilijker zijn. Bijvoorbeeld eerst oefenen met balanceren en dan pas met fietsen zonder steun.
Geef veel complimenten. Reageer niet boos of geïrriteerd als iets nog niet goed lukt.
Herhaal vaak. Zo kan je kind het spel of de activiteit steeds beter.
Lees ook tips voor een betere fijne motoriek.Loopt je kind wat achter met zijn of haar motoriek? Vraag advies aan de jeugdgezondheidszorg.
Als het nodig is, zal de jeugdarts je verwijzen naar bijvoorbeeld een kinderfysiotherapeut, ergotherapeut of kinderoefentherapeut.
Deze informatie is afkomstig uit de Groeigids.
