Soms past het heupgewricht van een baby niet helemaal goed in elkaar. Dat heet heupdysplasie. Jeugdverpleegkundige Anne vertelt in dit artikel wat heupdysplasie is, hoe het ontdekt wordt en wat je kunt doen als je baby het heeft.
‘Bij heupdysplasie passen de heupkop en de heupkom niet goed op elkaar’, legt Anne uit. ‘Daardoor kan de heup zich minder goed ontwikkelen.’ Heupdysplasie is niet pijnlijk voor je baby, maar kan later wel problemen veroorzaken als het niet op tijd ontdekt wordt.
‘Als het niet behandeld wordt, kan je kind moeite krijgen met lopen of later pijn in de heup krijgen. Ook kan de heup sneller slijten als je kind ouder wordt. Daarom is het belangrijk om het op tijd in de gaten te hebben.’
‘Bij bezoeken aan het consultatiebureau kijken we naar de ontwikkeling van de heupen’, vertelt Anne. ‘We letten op hoe je baby zijn benen beweegt en voelen aan de heupjes. Bij twijfel verwijzen we je kind door naar de orthopeed voor verder onderzoek. Die kan een echo van de heupen maken. Dat doet geen pijn!’
De kans op heupdysplasie is groter als:
Iemand in de familie heupdysplasie heeft gehad.
Je kind in stuit heeft gelegen in de buik.
De heup van je kind stijf aanvoelt of minder goed beweegt.
De benen van je kind niet even lang lijken.
‘Soms gaat een lichtere vorm van heupdysplasie vanzelf over’, zegt Anne. ‘De arts controleert dan regelmatig of de heup zich goed ontwikkelt.’ Het kan ook zijn dat er behandeling nodig is. ‘Dan krijgt je kind meestal een spreidmiddel. Dat is een speciaal broekje of band die ervoor zorgt dat de heupkop goed in de heupkom blijft zitten. Zo krijgt de heup de kans om zich normaal te ontwikkelen.’
De behandeling begint meestal als je baby tussen de 3 en 6 maanden oud is. ‘Het spreidmiddel moet je kind dag en nacht dragen. De arts controleert regelmatig of het goed zit en of de behandeling werkt. De behandeling doet geen pijn en duurt meestal 3 tot 6 maanden.’ Soms mag het spreidmiddel even af, bijvoorbeeld tijdens het verschonen of in bad. ‘Dat legt de orthopeed allemaal uit.’
‘In het begin is het even wennen aan het spreidmiddel’, zegt Anne. ‘Maar gelukkig past je baby zich snel aan.’ Deze tips kunnen ondertussen ook helpen:
Til je baby niet op aan zijn benen bij het verschonen.
Doe zijn billen alleen omhoog met je hand onder zijn stuitje.
Zorg dat je baby genoeg ruimte heeft om zijn benen te spreiden. Ook in de draagzak, autostoel en wandelwagen.
Laat je baby de juiste kleding dragen over het spreidmiddel. De orthopeed vertelt of dit losse kleding is of juist strak onder zijn middel.
Speel regelmatig met je baby op schoot om te oefenen met bewegen.
‘Soms is je baby iets later met kruipen of zitten’, zegt Anne. ‘Dat is niet erg. De meeste kinderen halen die achterstand snel in nadat het spreidmiddel af mag.’
Heb je vragen over de heupen van je baby of twijfel je over zijn ontwikkeling? Neem dan gerust contact met ons op. Onze professionals denken graag met je mee.



