Zegt je kind ineens overal ‘nee’ op? Wil hij alles zelf doen en wordt hij snel boos? Dan zit je kind waarschijnlijk in de peuterpuberteit. Dat hoort bij de leeftijd, maar kan best lastig zijn. Orthopedagoog Shirley de Macker legt uit wat er gebeurt en hoe je hiermee omgaat.
De peuterpuberteit begint meestal rond de 2 jaar. ‘In deze fase ontdekt je kind dat hij een eigen persoon is’, legt Shirley uit. Dat zie je terug in z’n gedrag. ‘Je kind gaat “nee” zeggen, dingen weigeren of zelf bepalen hoe iets moet. Hij leert wat hij wil en waar zijn grenzen liggen.’
Voor ouders is het vaak even wennen. ‘Eerst bepaalde jij alles, maar nu heeft je kind bijna overal een eigen mening over’, zegt Shirley. Juist doordat je kind zijn eigen wil laat zien, ontwikkelt hij zich. ‘Een peuter die “nee” durft te zeggen, voelt zich vaak veilig genoeg om dat te doen’, legt Shirley uit. ‘Het is soms moeilijk om dat zo te voelen, maar het is heel positief.’
‘Voor een peuter zijn gevoelens vaak heftig’, legt Shirley uit. ‘Er gebeurt veel in zijn lichaam en hij snapt dat nog niet goed.’ Een emotie duurt vaak maar kort, 60 tot 90 seconden, maar je kind kan erin blijven hangen omdat hij deze nog niet begrijpt.
Daarom is het belangrijk dat jij rustig blijft. ‘Benoem wat je ziet en toon begrip’, adviseert Shirley. ‘Bijvoorbeeld: je bent boos en dat vind ik vervelend voor je, je wilt nog niet weg. ’Zo help je je kind om zijn gevoelens te begrijpen. Als emoties er mogen zijn, voelt je kind zich veilig en gezien.
Tegelijk moet je ook grenzen stellen. ‘Als je kind slaat, schopt of knijpt mag je dat natuurlijk stoppen’, zegt Shirley. ‘Dat geeft je kind duidelijkheid.’ Het is daarbij belangrijk om consequent te zijn. ‘Als iets niet mag, dan blijft dat zo. Anders blijft je kind het proberen.’ Het helpt als iedereen die helpt met opvoeden hetzelfde reageert. ‘Bespreek zulke punten met je partner, de opvang of opa en oma.’
Je hoeft niet overal een probleem van te maken. ‘Kies je momenten’, zegt Shirley. ‘Niet alles is belangrijk, soms kun je iets gewoon laten gaan.’ Rust en structuur helpen ook. ‘Veel gedoe ontstaat als er haast is’, legt ze uit. ‘Je kind voelt jouw stress en reageert daarop.’ Door dingen op tijd te doen en rust te bewaren, voorkom je veel strijd.
Probeer ook je verwachtingen aan te passen. ‘Het zijn peuters, geen mini-volwassenen’, zegt Shirley. ‘Ze leren van alles tegelijk en weten nog niet hoe ze met al hun gedachten en gevoelens om moeten gaan. Door dat in je hoofd te houden, reageer je vaak al rustiger.’
Volgens Shirley kunnen je eigen reacties een grote rol spelen. ‘Als je zelf moeite hebt met je emoties, is het lastiger om rustig te blijven’, legt ze uit. ‘Je kind leert van jou hoe je met gevoelens omgaat. Daarom is goed voor jezelf zorgen ook zo belangrijk.’
Geef keuzes: geef je kind het gevoel dat hij mag bepalen, maar bepaal zelf de grenzen. Bijvoorbeeld: ‘wil je eerst je schoenen aan of eerst je jas?’. Zo voorkom je ook dat je kind overal ‘nee’ op kan zeggen.
Bereid overgangen voor: waarschuw je kind wanneer jullie iets anders gaan doen. Zeg bijvoorbeeld: ‘nog 5 minuten spelen en dan gaan we’, of maak het nog duidelijker met “nog 2 keer van de glijbaan en dan gaan we”. Het is belangrijk dat je daarna ook echt stopt.
Geef positieve aandacht: kinderen willen vaak alle aandacht die ze kunnen krijgen, positief of negatief. Als je vooral reageert op slecht gedrag, leert je kind dat hij zo aandacht krijgt.
Wees consequent: als iets niet mag, dan blijft dat zo. Als je één keer toegeeft, gaat je kind het steeds opnieuw proberen.
Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan gerust contact met ons op. Onze professionals denken graag met je mee.



