Wegens een storing is het op dit moment niet mogelijk om in te loggen in Mijn CJG Rijnmond. Dit komt door een landelijke storing bij Logius (DigiD). Zodra het probleem is opgelost, laten we dit weten.
In de puberteit ben je volop bezig met ontdekken wie je bent. Je denkt na over je uiterlijk, je talenten, je vrienden en je plek in de groep. Dat kan je soms onzeker maken. Jeugdverpleegkundige Frits Snellen legt uit hoe je zelfbeeld ontstaat en wat je kunt doen als je onzeker bent.
‘Op deze leeftijd denk je veel na over wie je bent en wie je wilt zijn’, zegt Frits. ‘Je kijkt daarbij automatisch ook naar anderen.’ Je vergelijkt jezelf met vrienden, klasgenoten en mensen online. ‘Soms werkt dat motiverend. Maar vergelijken kan je ook onzeker maken.’
‘Online zie je vaak alleen de mooie kanten van iemands leven. Perfecte foto’s, successen, gespierde lichamen of perfecte make-up. Je ziet niet hoeveel moeite, bewerking of hulp daarachter zit.’ Wat je online ziet, is bijna nooit het hele verhaal.
Zowel meiden als jongens hebben hier last van. ‘Meiden vinden zichzelf vaak te dik, te dun of niet mooi genoeg. Jongens willen steeds gespierder zijn’, vertelt Frits. ‘Het is natuurlijk goed om gezond bezig te zijn, door goed te slapen, eten en bewegen. Maar als je er te veel mee bezig bent en jezelf nooit genoeg vindt, wordt het juist ongezond.’
‘Op deze leeftijd ben je extra gevoelig voor wat anderen van je vinden’, legt Frits uit. ‘Je wilt graag bevestiging krijgen: hoor ik erbij? Doe ik het goed? Zie ik er goed uit? Als je zelfbeeld vooral afhangt van die bevestiging, kan dat veel invloed hebben op je leven.’
Dat merk je bijvoorbeeld door hoe je sociale media gebruikt. ‘Wanneer je iets plaatst ben je misschien bezig met de likes die je krijgt. Een like kan je even goed laten voelen. Maar als je er minder krijgt dan je hoopte of een negatieve opmerking leest, heeft dat misschien een grotere invloed.’ Als je zelfbeeld meer afhangt van je eigen mening, kun je dat beter loslaten.
Daar spelen verwachtingen ook een rol bij. ‘Veel jongeren weten wel wat ze willen, maar durven dat niet altijd. Ze zijn bijvoorbeeld bang om iemand teleur te stellen, buiten de groep te vallen of ergens niet goed genoeg in te zijn.’ Je gaat dan leven naar wat anderen denken, in plaats van naar wat bij jou past.
Zoek mensen bij wie je jezelf kunt zijn: l
et op bij wie jij je ontspannen voelt. Bij wie hoef je je niet anders voor te doen dan je bent? Als je steeds het gevoel hebt dat je je moet aanpassen om erbij te horen, kost dat veel energie. Vriendschappen waarin je jezelf mag zijn geven je rust en zelfvertrouwen.
Vraag jezelf af wat jij belangrijk vindt:
sta regelmatig stil bij wat je wilt. Vraag jezelf af wat je leuk vindt, waar je blij van wordt en waar je voor wilt staan. Door hierover na te denken, leer je je eigen mening beter kennen. Dat maakt je minder afhankelijk van wat anderen vinden of verwachten.
Accepteer dat je fouten maakt:
iedereen maakt fouten. Ook de mensen die zelfverzekerd lijken. Als iets niet lukt, zegt dat niets over jouw waarde als persoon. Fouten maken hoort bij groeien, je leert er alleen maar van.
Focus op je inzet, niet alleen resultaten: e
en wedstrijd, toets of presentatie is maar één moment. Het is belangrijk om ook te kijken naar wat je hebt gedaan. Heb je geoefend? Heb je iets nieuws geprobeerd? Heb je doorgezet terwijl je het spannend vond? Dat zijn allemaal stappen om trots op te zijn.
Twijfel en onzekerheid horen bij deze fase van je leven. Maar merk je dat je bijna alleen maar negatief over jezelf denkt? ‘Blijf daar niet mee rondlopen’, zegt Frits. ‘Praat erover met je ouders, vrienden of iemand op school. Samen kijken naar wat er speelt helpt vaak meer dan je denkt.
Vind je het moeilijk om positief over jezelf te denken en wil je hulp? Neem dan gerust contact met ons op. Onze professionals denken graag met je mee.



